De New Yorker houdt ons een spiegel voor : is de euthanasiewet wel een goede wet?

De New Yorker houdt ons een spiegel voor: is de euthanasiewet wel een goede wet?

Willem Lemmens is hoogleraar ethiek aan de Universiteit Antwerpen.

canneEen uitgebreid artikel in de prestigieuze New Yorker trekt opnieuw de aandacht op de euthanasiepraktijk in België, meer bepaald in Vlaanderen (DM, 17 juni). Journaliste Rachel Aviv laat drie kinderen aan het woord die op een abrupte, tragische manier hun moeder zijn verloren na euthanasie. Zij geeft ons een inkijk in enkele reacties van betrokken artsen, laat gezaghebbende intellectuelen in ons land aan het woord. We krijgen een subtiele inkijk in het levensverhaal van vooral één van de patiënten en dat van haar zoon. Wat men ook over euthanasie denkt, men moet erkennen dat hier aan journalistiek wordt gedaan op een zeldzaam hoog niveau.

WillemRachel Aviv veroordeelt niet, registreert, observeert, geeft haar impressies en toont veel empathie voor diep gekwetste mensen. Het is jammer dat dit verhaal nu al wordt voorgesteld door sommige betrokken artsen als tendentieus. Hier worden geen zaken eenzijdig voorgesteld om een groot gelijk te tonen. Hier worden verhalen verteld die, helaas, ‘waar’ zijn. Euthanasie in België wordt in toenemende mate toegepast op mensen die niet-terminaal ziek zijn. Daarbij doen artsen een beroep op de veelgeroemde euthanasiewet die hen het recht geeft om familieleden van patiënten niet in te lichten. Het artikel in de New Yorker houdt ons een spiegel voor: is een wet die het beëindigen van een mensenleven tot zo’n procedureel proces herleidt, wel een goede wet?

Share

Jammer dat dit verhaal nu al wordt voorgesteld door sommige betrokken artsen als tendentieus

Artsen die positief staan tegenover euthanasie minimaliseren de verhalen. Het zou om een verwaarloosbare minderheid gaan. Legaal en klinisch gesproken is er zelfs niets misgelopen. Hun patiënten leden ondraaglijk. Er was geen uitzicht op genezing. Ze wensten te sterven. De artsen zelf zijn zeer zorgvuldig te werk gegaan. Dat doen ze trouwens altijd. De kinderen die de moed hebben te getuigen over zo iets intiem als de dood van hun moeder, worden hier en daar verdacht gemaakt als psychisch labiel. Dit zijn ernstige aantijgingen, waarvoor geen enkele aanwijzing is. Het getuigt bovendien van een verregaand gebrek aan empathie. Vreemd voor artsen die euthanasie als een daad van mededogen zien.

Het verhaal van Tom, Margot, Kerstin zou tot bezinning moeten aanzetten. Hun pijn wordt wel degelijk zeer goed aangevoeld door artsen, verzorgend personeel, gewone burgers in dit land. Ja, gelukkig blijft de dood door euthanasie een minderheid betreffen van de sterfgevallen. En dat is maar goed ook. Zeker, er zijn vele gevallen van euthanasie waar alles ‘goed’ verloopt. Maar er zijn er ook andere. Gevallen waar de familie met vragen achterblijft. Of de dokters, de verpleegsters, geliefden. Er zijn meerdere gevallen van ruzie in de familie, omdat er onder druk van emoties en verdriet ongewild druk wordt uitgeoefend, ook op stervenden. Soms loopt het ook technisch allemaal zo vlot. Dit zijn schokkende ervaringen. En ze zijn onuitwisbaar. Ze blijven op het netvlies gebrand, ze bezoedelen de herinnering aan dierbaren. Ze bezorgen onze geneeskunde geen goede naam.

Euthanasie, zoals de Belgische wet die omschrijft, is altijd het resultaat van een actieve, intentionele daad door een arts. Dit geeft een ongekende macht aan de arts. Hij beslist over leven en dood, honoreert de vraag van een patiënt of niet. Hij weet schijnbaar wanneer lijden echt ondraaglijk is of niet. Wanneer een psychiatrische patiënt uitbehandeld is of niet. Wanneer die patiënt echt vrij kiest, of wanneer niet. Men zou toch moeten beseffen dat die macht verblindend kan werken. Dat de vrije keuze van patiënten altijd beïnvloedbaar is. Dat sommige patiënten naar de dood grijpen uit een soort wanhoop, een blinde overtuiging dat zo alles ‘opgelost’ is. Dat het misschien helemaal geen blijk van mededogen is, als men neutraal die overtuiging volgt en honoreert. Dat men zich als arts echt kan vergissen en mededader worden aan iets dat onherstelbaar is.

Voor vele artsen in dit land is de wijze waarop euthanasie genormaliseerd wordt tot een onderdeel van goede palliatieve zorg een brug te ver. Ze betreuren de evoluties die gaande zijn en maken zich grote zorgen. Ze voelen zich onder druk gezet van confraters die wel verblind lijken door hun macht over leven en dood; die de publieke opinie bespelen met alleen maar ‘feel good stories’; die eigenlijk elke dialoog uit de weg gaan, zodra men echt de problemen begint te noemen.

Natuurlijk begrijpen ook artsen die euthanasie afwijzen de wens om te sterven van sommige van hun patiënten. Maar ze zien het als hun taak hoop te geven, het leven te beschermen en te huldigen, ook in het uur van de dood. Ze willen zo pijnloos mogelijk mee het leven helpen ‘afstaan’ als het zo ver is. Maar ze wensen niet te pretenderen dat hun medische expertise hen ook tot experten maakt in de existentiële dimensie van het levenseinde. Ze zien schroom en terughoudendheid als een deugd, in overeenstemming met de Hippocratische eed die ze gezworen hebben toen ze hun beroep als arts opnamen. Laten sterven is niet hetzelfde als doden.

De journaliste Rachel Aviv houdt ons met haar artikel in de New Yorker een spiegel voor. Nee, zij is geen religieus bekrompen activiste. Zij heeft geen rekeningen te vereffen. Zij heeft zich goed geïnformeerd. Zij kijkt met onbevangen en menselijke blik naar het sociaal euthanasie experiment in ons land. En ze roept op tot bezinning. We moeten haar daar zeer dankbaar voor zijn.

Ce contenu a été publié dans Presse néerlandophone. Vous pouvez le mettre en favoris avec ce permalien.